Frank Dordregter, leraar maatschappijleer, methodiek en communicatieve vaardigheden (mbo)
“Mooi om deze jongvolwassenen zich razendsnel te zien ontwikkelen.”
“Toen ik jong was heb ik zeven jaar als leraar en leerlingbegeleider op
een lts gewerkt. Via omzwervingen als reclasseringsambtenaar en een eigen autobedrijf
ben ik toch weer teruggekeerd naar het onderwijs. Nu geef ik met veel plezier
les, trainingen en supervisie. Ik vind het mooi om deze jongvolwassenen zich
razendsnel te zien ontwikkelen. Daarom ben ik ook blij dat ik ze gedurende de
gehele opleiding kan volgen en mijn steentje daaraan kan bijdragen.
Sinds enkele jaren heeft het projectgestuurd leren zijn intrede gedaan in het
middelbaar beroepsonderwijs: een heel nuttige vorm van leren, want leerlingen
moeten samenwerken en verantwoordelijkheid nemen in plaats van passief in de
les te zitten. De schooluitval op onze opleiding is er drastisch door verminderd.
Als leraar moet je wel erg goed kunnen improviseren: je bent permanent op zoek
naar de juiste vorm om het maximale uit de leerlingen te halen.
In 2005 gaat het competentiegericht leren van start. Dan zullen we vaak werken
met kantoorsimulaties. Ik verwacht dat een groot deel van mijn lessen hierin
opgaat en ben erg benieuwd hoe dat zal uitpakken."
Paula Koppes parttime docente kantoorpraktijk (vmbo)
“Toen mijn leerlingen allemaal geslaagd waren, ja, toen had
ik wel wat!”
“Na mijn hbo-opleiding personeelswerk werd ik office-manager en daarna
marketing-assistent. Toen die laatste baan ophield, ging ik eens kijken in het
onderwijs, vooral omdat mijn schoonouders dat echt wat voor mij vonden. Ik had
niet gedacht dat ik het onderwijs zo leuk zou vinden.
De opleiding voor zij-instromers is vooral zinvol vanwege de didactiek. In
het begin vond ik het bij wijze van spreken al een winstpunt als er geen stoelen
door de ramen gingen, of propjes door de klas zoals ik vroeger zelf wel deed.
De derdejaars proberen je uit, maar de vierdejaars willen er een leuk jaar
van maken. In mijn lessen simuleer ik een compleet kantoor en voor de organisatie
van een uitstapje hebben we een bedrijfje opgericht. Voor leerlingen is het
stimulerend 'echte' opdrachten te krijgen. Ze weten dat ik een eigen bedrijf
heb in secretariële dienstverlening en dat ik daar mijn opdrachten en
voorbeelden uit put. Wie praktijklessen geeft, moet alle ontwikkelingen bijhouden
en daarom met één been in die praktijk staan."
Rob de Rond leraar wiskunde (havo-vwo)
“Ik heb geen dag spijt van deze omslag in mijn leven, maar het
eerste jaar was echt verschrikkelijk.”
“Van huis uit ben ik econometrist. Na zes jaar lesgeven aan de universiteit
begon ik aan een succesvolle carrière in het bedrijfsleven, van systeemontwerper
tot hoofd automatisering bij een verzekeringsmaatschappij. Ik heb er twintig
jaar met plezier gewerkt, maar de vorm werd steeds belangrijker dan de inhoud.
Uiteindelijk wilde ik de regisseur van mijn eigen leven blijven en iets zinvols
betekenen voor de maatschappij.
Op de school van mijn zoon had ik al gemerkt hoe leuk ik het contact met kinderen
van die leeftijd vind, en dat ik goed kan uitleggen. Maar het eerste jaar kon
ik echt geen orde houden en werd mijn aanstelling niet verlengd. Toch heb ik
doorgezet, want ik wilde dit per se. Nu werk ik al drie jaar in het onderwijs
en heb ik een vaste aanstelling. Dat gekrioel door de school bij leswisseling,
en dat iedereen even later weer in zijn klasje zit, dat is elke dag genieten."
Vincent Krens onderwijsassistent bij een roc (mbo)
“Ik sta te boek als streng, maar dat heb ik liever dan dat ze
denken dat ze bij mij alles kunnen maken.” “Ik werkte als boekhouder op de financiële administratie
van een uitzendbureau, maar het bedrijfsleven was te stressvol voor mij. Ik
raakte in de ziektewet en ben toen als vrijwilliger op deze school binnengekomen
voor het beheer van schoolboeken. Daarop ben ik gevraagd om onderwijsassistent
te worden. Ik heb nu een jaarcontract en volg de opleiding voor onderwijsassistent.
Met dat diploma kan ik een vaste aanstelling krijgen. Zelf lesgeven zou ik
helemaal fantastisch vinden, maar dat duurt nog een hele tijd.
Ik assisteer nu op de mbo-opleidingen van het Mondriaan College voor economie:
de school waar ik zelf op heb gezeten. Ik houd toezicht op het computergebruik,
begeleid de leerlingen en doe allerlei klusjes voor de docenten. Het werk is
veelomvattend. Je moet er goed je kop bijhouden, maar je krijgt ook veel waardering.
Wat ik het leukste vind? Het contact met al die leerlingen. ”
Astrid Duyff, directeur basisschool
“Het onderling vertrouwen én de openheid in ons team
- daar kun je kastelen mee bouwen!”
“Toen ik 1981 van de pabo kwam, was er geen werk te vinden in het onderwijs.
Pas later ben ik erin gerold, eerst als klassenassistent, toen als invaller,
daarna als leerkracht en vervolgens was ik vijf jaar waarnemend directeur. Sinds
vier jaar ben ik directeur en dat bevalt me uitstekend. Het was niet verplicht
de opleiding voor schoolleider te volgen, maar ik heb het gelukkig wel gedaan.
Wat ik als de kern zie van mijn taak als directeur? Het begeleiden en stimuleren
van de ontwikkeling van de collega's. Dat komt overeen met de kerntaak van
elke docent in het onderwijs, al gaat het daar natuurlijk om kinderen. Helaas
worden we ook vaak afgeleid van die kerntaak. Het systeem is in mijn ogen te
resultaatgericht. Het dwingt tot dossiervorming en dat is in strijd met wat
kinderen wezenlijk boeit. Er is maar weinig ruimte voor iets anders. Desondanks
kiezen gelukkig nog steeds mensen voor het onderwijs, vooral ook uit liefde
voor het kind.”
Syd Riko, leraar Engels
"Als de leerlingen niet opletten, weet ik dat ik niet goed lesgeef." "Als leraar zie je meteen resultaat van je werk. Ik zie blije
kinderen als de les leuk is en ik zie goede cijfers als ik goed les geef en
de kinderen
kan stimuleren. Om resultaat te zien hoef ik geen ingewikkeld en langdurig
onderzoek te doen. Verder is het werk ontzettend afwisselend. Behalve het lesgeven
ga ik bijvoorbeeld naar schoolfeesten en mee op survivaltraining. En de leerlingen
houden mij bij de tijd. Ik hou erg van muziek en vind het interessant om ook
hun ideeën daarover te horen. Maar ook andere dingen die hen bezighouden.
In spreekbeurten vraag ik de leerlingen altijd om over een hobby te vertellen.
Laatst ging een jongen uitgebreid in op zeilen. Daar weet ik dan ook weer wat
van. En natuurlijk leren de kinderen mij hoe ik les moet geven. Als ze niet
opletten, is dat voor mij een signaal dat ik het niet goed doe."
Ardin Mourik, lerarenopleiding Aardrijkskunde
“Ik weet het zeker: dit is het helemaal voor mi.j”
“
In
de examenklas van de havo had ik een leraar Aardrijkskunde die heel enthousiast
over zijn vak kon vertellen. Toen wist ik dat ik dat ook wilde
studeren.
Het vak trekt me dus al van jongs af aan. Aardrijkskunde bestaat eigenlijk
uit twee kanten: de sociale en het fysische. De ene keer heb je het daardoor
bijvoorbeeld over de bevolking van een land. Een andere keer praat je over
processen. Beide aspecten spreken me heel erg aan. Momenteel zit ik in mijn
laatste jaar. Ik loop stage op een school voor mavo, havo en vwo. Het lesgeven
gaat goed en ik voel me er heel goed in thuis. Ik weet zeker: dit is het helemaal
voor mij.”
Franka Jansen, student lerarenopleiding Wiskunde
“ Wat je je leerlingen meegeeft is voor het hele leven.” “Na
mijn vwo-diploma heb ik een jaar vrij genomen om te kijken wat ik verder wilde.
Ik zou in eerste instantie gaan werken als telefoniste op een
vmbo-school. Maar er bleek meer behoefte aan een bijlesdocent wiskunde. Dat
heb ik een half jaar gedaan. Toen ging de wiskundeleraar weg. Ik werd gevraagd
zijn lessen in de brugklas over te nemen voor vier uur in de week. Ik had geen
diploma, maar wel altijd goede cijfers gehaald voor wiskunde. De beginperiode
was spannend. Zou ik het wel kunnen? Maar het ging goed.
Daarom heb ik besloten de lerarenopleiding Wiskunde te volgen. Dat bevalt hartstikke
goed. De vakken zijn interessant en ik doe veel ervaring op. Ik heb absoluut
geen spijt van mijn keuze. Als docent draag je bij aan de groei van je leerlingen.
Wat je meegeeft is voor het leven.”
Margriet Troost, lerares groep 6
“ Ik zie het als een uitdaging om kinderen optimaal te laten leren.”
“Ik wilde vroeger altijd graag met verstandelijk gehandicapten werken.
Maar mijn moeder dacht dat de PABO meer bij me paste. Daar ben ik dus na de
havo naartoe gegaan. Ik vond het direct leuk en interessant. Vorig jaar heb
ik mijn diploma gehaald.
Nu heb ik een vaste baan op een basisschool in Rotterdam. Ik geef les aan groep
6. Daar heb ik bewust voor gekozen. Aan de ene kant voelen deze kinderen zich
heel groot en stoer. Aan de andere kant zijn ze toch ook nog klein en kun je
lekker met ze kroelen. En iedere dag is anders. Ik wil mijn leerlingen zoveel
mogelijk meegeven. Ik zie het als een uitdaging om ze optimaal te laten leren.”
Petra Verbakel, lerares speciaal onderwijs
“Je moet stevig in je schoenen staan.” “Na mijn Pabo-diploma ben ik kleuterjuf geworden. Het werken met de
kinderen beviel goed, maar de sfeer op school was ronduit slecht. Zo wilde
ik niet verder. Ik ben daarom na een jaar gestopt en heb een tijd thuis gezeten.
Maar het onderwijs is wel m’n vak, daar ben ik voor opgeleid. Ik wilde
het daarom nog een keer proberen. Ik ben toen bij het Career Center Onderwijs
terechtgekomen. Zij bemiddelen in banen. Zodoende heb ik een herintrederscursus
gevolgd voor het speciaal onderwijs.
Ik ben nu leerkracht van de onderbouwgroep op een school voor kinderen met
een leerachterstand. Ik heb het daar heel goed naar m’n zin! Het is af
en toe zwaar, je moet wel stevig in je schoenen staan.”
Ton van den Broek, leraar groep 8
“Werken in het onderwijs betekent variatie, je bent altijd met
van alles bezig.”
“
Mijn interesse voor het onderwijs is in de vijfde klas van
de lagere school begonnen. Ik had een jonge leerkracht die heel enthousiast
les kon geven.
Inmiddels ben ik zelf alweer bijna vijfentwintig jaar leerkracht. De laatste
tien jaar geef ik les aan groep 8. Dat was een bewuste keuze. Ik heb ook wel
voor andere klassen gestaan, maar in deze groep kom ik als leraar het beste
uit de verf. Er zijn trouwens weinig mannelijke leraren. Ik zou het echt toejuichen
als meer mannen in het onderwijs zouden gaan. Werken in het onderwijs is absoluut
niet saai. Het betekent variatie en je bent altijd bezig met van alles en nog
wat.”
Cees Smit leraar primair onderwijs
“Je ziet de kinderen groeien.” “Ooit heb ik één
jaar de opleiding voor leraar gevolgd. Maar ik was nog niet toe aan het onderwijs
en ben gestopt. Daarna heb ik van
alles gedaan. Toch bleef ik het onderwijs interessant vinden. Zeker toen mijn
eigen kinderen naar school gingen.
In 2001 begon ik met de opleiding en ging ik als zij-instromer aan de slag.
Sindsdien ben ik leraar in de groepen 1 en 2. Om meer ervaring op te doen heb
ik ook wel in groep 4 lesgegeven. Maar jonge kinderen spreken mij het meest
aan. Het is hard werken, maar ook erg bevredigend. Kinderen spelen en leren
tegelijk. Je ziet ze groeien. Daar kan ik echt van genieten.”
Yvonne Ligtvoet lerares in groep 4
”Werken met kinderen geeft veel voldoening. Wat je geeft krijg
je direct
terug.”
“Na enkele jaren als content-manager voor websites te hebben gewerkt,
werd ik ziek. Toen kwam ook het besef dat de hele dag achter een computer niets
voor mij is. Mijn schoonmoeder kwam met de gouden tip: ‘Waarom ga je
niet iets met kinderen doen?’ Geen onbekend terrein voor mij. Ik deed
ooit al eens vrijwilligerswerk met jongeren in Afrika.
Nu volg ik het tweede jaar van het Pabo-traject. Ik ga één dag
en één avond in de week naar school. De overige dagen ben ik
juf van groep vier. De combinatie werken en leren kost veel tijd. Maar ik vind
het echt fantastisch! Kinderen zijn zo ongeremd. Werken met hen geeft me heel
veel voldoening. Wat je geeft krijg je direct terug.”
Sarien Shkolnik, algemeen directeur middelbare school
“Het werken met ontwikkelingsplannen heb ik direct op school
toegepast.”
“We zijn bezig met een ingrijpend reorganisatieproces. In totaal zijn er
elf schoollocaties bij betrokken. Ik ben voor drie scholen verantwoordelijk.
Op een gegeven moment had ik allerlei vragen: hoe ziet het onderwijsveld van
de toekomst eruit? Hoe betrek ik alle medewerkers bij het fusieproces? Ik wilde
goed beslagen ten ijs komen en heb daarom een eenjarige opleiding gevolgd op
het gebied van strategisch management van onderwijs en educatie. Ik werkte zeven
jaar als hoofd personeelszaken bij een regionaal opleidingencentrum, dus de materie
is mij bekend. Toch is het goed om de zaag scherp te houden. In de opleiding
werd onder meer duidelijk waarom goed personeelsbeleid belangrijk is en waarom
je oog moet hebben voor loopbaancompetenties. Het werken met (persoonlijke)ontwikkelingsplannen
heb ik direct op school toegepast.”
Annemarijke Wooldrik, voorzitter college van bestuur bve
“Het is essentieel om in de gaten te houden of er voldoende
draagvlak voor je beslissingen is.”
“Het college van bestuur is er voor de grote lijnen en is tegelijkertijd
overal verantwoordelijk voor. Je moet de verleiding weerstaan om je met het uitvoerende
werk te bemoeien, of om mensen heel stringent te controleren. Het is de kunst
ervoor te zorgen dat alles je ter ore komt en dat je kunt ingrijpen als dat nodig
is. Je eerste zorg is dat de managementlaag onder het college van bestuur zich
onderdeel voelt van het gehele roc en zich niet alleen opstelt als directie van
die ene school. Tegelijk moet er in de hele organisatie vertrouwen zijn in het
management. Ik heb geleerd dat het essentieel is om in de gaten te houden of
er voldoende draagvlak voor je beslissingen is.”
Jaap Hansen directeur basisschool
“Het belangrijkste blijft toch dat je van kinderen houdt.”
“
Ik heb steeds verschillende functies gehad, in het onderwijs maar ook
in de financiële dienstverlening. Nu werk ik alweer drie jaar in het primair
onderwijs. Aanleiding was een brief van het ministerie, waarin mensen werden
gezocht. Daar heb ik om verschillende redenen op gereageerd. Ik had al ervaring,
ik heb thuis jonge kinderen in de basisschoolleeftijd en mijn vrouw werkt ook
in het primair onderwijs.
Ook vond ik dat er veel te professionaliseren valt. Voor die uitdaging sta
ik nu: hoe kun je met beperkte middelen toch goed primair onderwijs aanbieden?
Maar het belangrijkste is en blijft dat je van kinderen houdt. Anders kun je
beter niet in het onderwijs gaan.”
Nelly Kieft, onderwijsassistent primair onderwijs
“Kinderen zijn puur en staan open voor dingen. Dat maakt het
onderwijs zo leuk.”
“
Door mijn vier kinderen ben ik betrokken geraakt bij het
basisonderwijs. Ik hielp vaak mee als vrijwilliger, ging bijvoorbeeld mee op
schoolkamp. Op
een gegeven moment heb ik een open sollicitatiebrief naar een school in Almere
gestuurd. En werd ik aangenomen als onderwijsassistent! Dat ik nu in het onderwijs
werk is niet geheel zonder achtergrond. Ik heb een praktijk voor paranormale
therapie en daarin werk ik ook met kinderen. Ze zijn puur en staan open voor
allerlei dingen. Dat maakt samenwerken met hen zo leuk.”
Yvonne van der Kooij, onderwijsassistent
“Absoluut tevreden met mijn overstap naar het onderwijs.” “Ik
heb altijd als musicus gewerkt, net als mijn partner. Maar toen ik een kind
kreeg, was dat niet meer zo praktisch. Daarom heb ik me als onderwijsassistent
aangemeld. Ik wilde daarbij zo veel mogelijk werkervaring opdoen in verschillende
groepen. Nu ben ik werkzaam in de bovenbouw, bij de groepen 6 en 7. Ik geef
extra hulp, bijvoorbeeld aan leerlingen die moeite hebben met spelling.
Zo af en toe geef ik ook muziekles. Kan ik m’n oude beroep weer een beetje
uitoefenen! Ik heb het goed naar mijn zin. Ik ben absoluut tevreden dat ik
deze stap genomen heb.”